Stress Management

Met Tim Broe

Terwijl ik me langzaam klaarmaak voor de marathon van Boston sta ik ineens stil bij herinneringen uit mijn eerste jaar als professioneel hardloper. Mijn afstuderen was een enorme opluchting; ik hoefde niet meer samen te wonen met mijn teamgoten in dat krappe appartement van school. Geen nachten meer doorhalen om dat essay af te krijgen of om te studeren voor nutteloze overhoringen. Ik kreeg ineens een contract van $10.000 dollar in mijn handen geduwd en een eindeloze voorraad aan hardloopschoenen. Wat kon ik nog meer willen? Maar in werkelijkheid had ik de ene stress-situatie ingeruild voor een ander. Ik herinner me de stress van die dagen zelfs eigenlijk nog beter dan die van andere periodes.

Je jaren als twintiger toewijden aan professioneel hardlopen gaat alle logica te boven. De rest van je leeftijdsgenoten is bezig om een carrière te bouwen en een handjevol gaat hun dromen achterna. Er is niets spannend aan een toekomst als professioneel hardloper, het is een Spartaans bestaan en er is zeker geen pot met goud aan het einde van de regenboog. Het is dagelijks ploegen tot je niet meer kan, bij vreemden op de bank slapen, en 6 uur rijden voor een wedstrijd in de hoop dat een ander er niet met $200 aan prijsgeld mee vandoor gaat. 

De verandering kwam na het behalen van een verrassende vierde plek op de Olympische Spelen in het jaar 2000. Deze prestatie was mij veel meer waard dan een winnend lot uit de loterij. Het bracht een nieuwe drijfveer en een vastberadenheid die niet te meten was. Ik ging werken bij een hardloopzaak om de kosten voor mijn leven naast het hardlopen te kunnen dekken. Het leven was geweldig, de eigenaresse was een vriendelijke vrouw en het team was hecht. Mijn dagen waren simpel: wakker worden, hardlopen, werken, hardlopen, mezelf naar huis slepen, pizza in de oven, bewusteloos zijn rond 21u, om 05u30 wakker worden en herhaal. Wie beweert dat het leven van een atleet helemaal niet spannend is? Maar het klopte gewoon. En om eerlijk te zijn: mijn Olympische droom was het enige dat telde. 

Ik coachte mezelf op de meest simpele manier: train zoveel en zo snel als je kan. Maar al snel bleek ik meer begeleiding nodig te hebben. Mijn impressario, Mark Wetmore, liet mij kennismaken met Canadees Kevin Sullivan. Sully was vijfde geworden op de 1500 meter in Sydney en was op zoek naar trainingspartners. Zijn coach, Ron Warhurst, was een legende op de baan en stemde ermee in om mij te begeleiden. Ik, als nobody, was timide om iemand zoals hem te vragen om hulp. Het eerste dat ie aan mij vroeg was “Ga je een lastpak zijn, Broe?” En mijn antwoord was “Waarschijnlijk wel, maar je zal me nooit horen klagen.”.   

Die winter kreeg ik het voor elkaar om uit te stappen in bijna al zijn trainingen. Ron zegt omdat ik te soft was. Hij gaf mij 8-10k aan intervals op een tempo van zo’n 3k terwijl hij claimde dat Sullivan 6:00/mijl kon aanhouden als zijn hersteltempo tussen de intervals in. Ik kwam er pas later achter dat Sully bij de wereldtop behoorde op het gebied van hersteltraining. De training die ik meekreeg was zeker niet voor niets: ik won mijn eerste USA Cross Country titel die winter, gevolgd door een eerste titel op de 3k indoor. Het was genoeg om mij te doen beseffen dat ik nu iets moest doen.

In April reed ik van Birmingham naar Michigan om Warhurst te ontmoeten. Er lag bijna 20 centimeter aan sneeuw toen ik aankwam in Ann Arbor. Op de indoor baan zag ik Ron een groepje hardlopers afbeulen. Hij schudde mijn hand en droeg me op mijn spikes te pakken. Heel even wou ik hem vertellen dat het veel warmer was waar ik vandaan kwam, maar ik hield toch maar mijn mond. De workout was rechtdoorzee: 20x 400 in 1:04’s met elke 5e in 0,59. Oh en 25 seconden rust! Mijn workout ging perfect; ik sprong tevreden de auto in en reed terug naar Illinois voor Pasen. De volgende ochtend kreeg ik een telefoontje van Ron:  

“Kan je nog lopen, Broe?”
“Wat dacht je coach, ik heb net 2 uur hardgelopen.”
“Holy shit, je bent aangenomen”. 
Tot op de dag van vandaag zegt hij nog steeds dat die 400 oefeningen maar een test waren... 

Het was een reis die mijn leven veranderde. Ik had een coach en een trainingspartner die op mij stonden te wachten in Ann Arbor. Twee weken later waren mijn koffers gepakt en ging ik opnieuw op reis naar het noorden. Ik had geen geld om een appartement te huren, dus sliep ik op een matras in de kelder van het huis bij de atletiekbaan. Het was stressvol, maar ik wist dat ik mij op het juiste pad begaf. Ondanks dat ik struikelde over een horde op de USA’s en een voorsprong van 30 meter verknalde, bleek mijn beslissing om Alabama te verlaten de juiste. Ik reisde met Sully de wereld rond die zomer en verpulverde alle PR’s. Het maakte me niet rijk, maar ik verdiende er wel genoeg mee om een appartement te kopen toen ik terugkwam in Michigan. 

Ik verhuisde later met al mijn bezittingen van Peoria naar Ann Arbor. Maar zoals iedereen Murphy’s Law wel kent kreeg ik er ook mee te maken. De rit van 6 uur werd een nachtmerrie. Ik reed een sneeuwbank in en verloor de macht over het stuur van min verhuiswagen. Het resultaat was een kapotte verhuiswagen die niet meer te redden was. Een lekker begin voor mijn spaarrekening waar eindelijk na tijden eens geld op stond.

De rest is geschiedenis: drie maanden later verbrak ik het record op de indoor 3k en won ik 8 titels in de Verenigde Staten. In tegenstelling tot wat mensen graag geloven, maakt het meedoen aan de Olympische finales je niet rijk. Ik zou ook niet weten of ik terug zou willen naar die dagen, maar ik zou het ook niet anders hebben gedaan. Iedere ochtend was een avontuur en elke workout voelde als een stap naar onsterfelijkheid. De stress van het achterblijven op Europese luchthavens, het verwoesten van huurwagens, het slapen op luchtmatrassen en geld bij elkaar schrapen om te tanken heeft me gemaakt tot wie ik ben. Het heeft mij geleerd om vooruit te kijken, mijn instinct te volgen en te dealen met ongemak.  

×
×